“Oprotten met die vluchtelingen”

17 Feb

“Die vluchtelingen moeten gewoon oprotten uit Nederland”. Een achttienjarige eerstejaarsstudent kijkt me aan. “Het zijn criminelen en ze komen hier alleen maar om zich te verrijken.” Ik schrik ervan dat deze politieke discussie opeens in de open leerruimte doordringt waarin ook een ex-vluchteling zit.  Twintig studenten wachten nieuwsgierig vanachter hun laptop mijn reactie af. Moet ik erop in gaan of juist niet? Meteen ervaar ik een dilemma. Ik ben niet politiek gericht, maar voel me wel verantwoordelijk voor het welzijn van mijn leerlingen op school. Ik stel hem de vraag: “Hoe weet je dat alle vluchtelingen criminelen zijn?” Hij: “Dat weet ik gewoon. Ik lees het toch op facebook.” De discussie slaat over naar andere studenten, is dat wat ik wil? Sommigen zijn uitgesproken negatief over vluchtelingen en anderen weten het niet goed. Om ook een andere kant te belichten zeg ik dat er op dit moment veel mensen zijn die hun land moeten ontvluchten vanwege oorlog.

Lees verder

Advertenties

Hoe professionaliseer je afstandsleren?

14 Dec

We zijn op het Johan Cruyff College Nijmegen na vier jaar aanbeland op het punt dat er een vast budget moet worden ingeraamd voor afstandsleren. In het eerste jaar leenden we materiaal, waren het nog kleine bedragen omdat alleen ik ermee experimenteerde. De volgende twee jaar kwam er innovatiegeld vanuit het ROC Nijmegen beschikbaar voor het aanschaffen van alle basisbenodigdheden. Twee camera’s, twee richtmicrofoons, muurstatieven, headsets, licenties voor Vimeo en Adobe Connect bijvoorbeeld, konden hiervan worden betaald. Ook ik kreeg twee jaar 0,1 fte extra om afstandsleren verder te ontwikkelen. Dit vierde jaar zitten we in de fase om vast budget in te ramen in de jaarlijkse begroting. Is dat niet een beetje laat? Lees verder

Vier jaar afstandsleren op Johan Cruyff College

26 Sep

Het is nu 2016 en alweer vier jaar geleden dat het afstandsleren is begonnen op het Johan Cruyff College Nijmegen. Wat is er in de tussentijd gebeurd?

Veel doelen heb ik samen met mijn collega’s behaald doordat we ieder jaar concrete doelen stelden. Zoals: 5 webcasts per jaar, 10 lesopnames maken en 3 keer in de virtual classroom lesgeven per docent. Duidelijke doelstellingen dus. Door maandelijks een update te geven van het aantal plays van de opnames, bleven we gemotiveerd en bleef afstandsleren steeds in beeld.

Lees verder

Lotte Janssen: “Het belangrijkste is dat ik het uiterste uit mezelf haal”

24 Jun

Interview met oud-judoka en nieuw talent gewichtheffenLotte

Oud-judokatalent Lotte Janssen gooit het roer om naar gewichtheffen en is op weg de sterkste te worden. Qua uiterlijk lijkt ze op haar moeder. Klein, gespierd en smal. De pitbullmentaliteit heeft ze waarschijnlijk van haar vader, een fanatiek wielrenner. Topsporttalent zit niet in het gezin Janssen, toch is de kans heel groot dat Lotte met haar 53 kilo de sterkste vrouw in de wereld gaat worden. Ze is net met de tweede opleiding op het Johan Cruyff College Nijmegen gestart en op weg naar een nieuwe sportdroom. Lees verder

Lidewij Welten: “Ik wil het beste uit mezelf halen”

29 Apr

 

LidewijWeltenFotoKNHBKoenSuyk-max.jpg

Ze kwam met goud en ging met goud. Lidewij Welten (24 jaar), tophockeyster in het nationaal team en bij Hockeyclub Den Bosch, maakte een heel bijzondere entree op het Johan Cruyff College Nijmegen in 2008. Ze had net goud gewonnen in Beijing op de Olympische Spelen. Vier jaar later verliet ze de opleiding met een diploma én weer met een gouden medaille. Deze keer van de Olympische Spelen in Londen.

Er is sinds de diploma-uitreiking alweer zoveel gebeurd in haar drukke leven, dat ze even moet nadenken. Langzaam herinnert Lidewij zich haar tijd op JCC weer: “Ze denken met je mee. Het was super dat je mensen aan je kant hebt staan. Niet: ‘zoek het maar uit’ wat op veel opleidingen gebeurt. Na de Olympisch Spelen in Beijing wilde Lidewij weer een studie oppakken. Een studie op het Johan Cruyff College Nijmegen leek haar de beste combinatie met haar sport. “Lekker breed, zodat je heel veel kanten op kan. Hockey is geen voetbal, je verdient er niet veel mee. Je moet iets achter de hand hebben.” De vastberaden blik in haar blauwe ogen verraadt een sterke persoonlijkheid.  Lees verder

Celeste Plak: “Ik heb niet echt veel bereikt. Nog niet.”

29 Apr

Celeste

Tijdens het interview kijkt ze veel om zich heen, spreekt rustig met zachte, licht hese stem. Haar meisjeshanden gebaren steeds als ze praat, haar lange vingers dansen als vlinders mee. Bijna niet voor te stellen dat Celeste Plak hiermee die loeiharde smashes kan geven. “Ik ben groot en donker en beweeg me anders”, omschrijft ze zichzelf. Een understatement, want ze staat vooral bekend om haar explosiviteit en passievol spel, een soort oerkracht. Daardoor is ze het opvallende boegbeeld van het Nederlands dames volleybalteam. Even is ze overgevlogen uit het Italiaanse Bergamo waar haar club Foppapedretti huist.

Haar grote bos donkere krullen heeft ze opgebonden in een nonchalante knot. Ze draagt een zomers t-shirt, wit met neonroze strepen. “Wat is het hier koud!” Ze is ondertussen gewend aan de Italiaanse voorjaarstemperatuur in Bergamo. Een zonnig klimaat doet haar duidelijk goed. “De winter is niet mijn beste seizoen. Ik moet in Nederland veel vitamine D slikken.” In 2014 waagde ze in haar examenjaar de stap naar de internationale volleybalclub en woont ze tussen de bergen in een appartement in Bergamo.

Eenzaam

Celeste ontdekte volleybal door mee te gaan naar de training van haar moeder bij volleybalclub De Boemel in het Noord-Hollandse dorpje Tuitjenhorn. Ze vond het geweldig om wedstrijden te spelen en onder druk te presteren. Toch had het ook een andere sport kunnen zijn. “Dat had ik met evenveel passie gespeeld. Het is verschrikkelijk, maar ik ken nog steeds niet alle spelregels van volleybal. Ik deed laatst iets op de training waarop iedereen geschokt naar me keek en riep dat dat helemaal niet mocht. Ik had geen idee.” Frummelend aan haar oorbel: “Dat is wel iets wat ik echt snel moet veranderen.” Even later: “Mensen denken vaak dat ik nonchalant ben, maar ik ben af en toe gewoon te rustig. En het volgende moment ben ik weer explosief, aanwezig en extravert.” Denkt even na: ”Ik ben misschien een beetje raar, in ieder geval onvoorspelbaar. Behalve als ik honger heb, dan word ik altijd chagrijnig.” Dat vindt ze wel echt ‘een negatief ding’ van topsport: op haar gewicht letten. Enigszins zuur: “Ik houd van lekker eten, dus moet keuzes maken. In diëten heb ik nog niet echt het plezier gevonden.”  Lees verder

Jesper van der Wielen: “Door sociaal contact presteer ik beter”

29 Apr

1325_van_der_wielen

Topatleet Jesper van der Wielen komt net uit een moeilijke periode  -“een zwart gat”- maar is weer in topvorm. Een sociale jongen die als tiener met geestelijk gehandicapten of bij de politie wilde werken. Nu droomt hij ervan de marathon van Rotterdam te winnen.

“Tijdens de wedstrijd vallen steeds meer Afrikanen af. Op een gegeven moment lopen we met zijn drieën. Het gevoel dat ik mijn tegenstanders pijn kan doen, geeft me een enorme kick. De race is een avontuur waarin ik niet weet of ik overeind blijf. Je weet tijdens een marathon nooit wat er gebeurt. Echt winnen gaat lastig worden. Er gebeurt altijd iets dat je niet verwacht omdat het een mentale en fysieke afvalrace is. Als de ene laatste Afrikaan afvalt, hoor ik zijn ademhaling en zijn voetstappen achter me verdwijnen. Het is nu een man-tegen-man-gevecht. De laatste Afrikaan en ik wisselen elkaar af, hij 40 seconden voorop en dan ik weer. Soms zit er vijf meter tussen. Het is de kunst mentaal niet te breken, niet te denken: ik ga winnen. Want dat nekt je. Ik ga mee en ik maak er het beste van, dat is de beste gedachte. Mijn hele lichaam doet pijn van mijn tenen tot mijn kruin. Ik heb vreselijke honger, voel me leeg.  In mijn hoofd voel ik mentale pijn. Het kost ongelooflijk veel energie, maar ik haal kracht uit de wil om te winnen.  Het is alsof ik in een tunnel zit. Ik hoor het publiek niet meer, alleen de stem van mijn coach en mijn vader. Optimale concentratie. De laatste minuut moet ik gewoon gáán.  Sprinten is niet meer mogelijk, ik moet alleen mijn tempo zien hoog te houden. De laatste honderd meter ga ik vanzelf. Ik zie de finish en alle pijn is weg. Ik heb gewonnen en ren over de Coolsingel.” Stralende bruingroene ogen kijken me aan. Dit is Jespers droomwedstrijd. En dan zegt hij nuchter: “Maar een Nederlander die de Marathon van Rotterdam wint, dat is wel heel lang geleden.”  Lees verder