Dylan Rovroy, 17 jaar, voetbaltalent: “Als ik niet goed oplet, kan ik doodgaan”

30 Mei
Dylan

Bron: De Gelderlander

 

Voetbal is alles voor hem. Niets zal hem in de weg staan zijn hart te volgen. Liefst volledig op eigen kracht. En misschien komt dit mede wel door zijn diabetes.

Als klein jochie in Arnhem-Zuid voetbalde hij iedere dag in zijn wijk. Samen met zijn broer en een Marokkaans vriendje tegen de rest. “Die jongens waren groter dan wij, maar we wonnen altijd.” Als de lantaarnpalen aangingen gingen ze pas naar huis. “Daar heb ik het meest van geleerd. Na een duel weer opstaan, slim worden.” Hij struikelt bijna over zijn woorden om alles te willen vertellen. De anekdotes beschrijft hij gedetailleerd als een film. Dylan ziet scherp.

Scoren

Zijn liefde voor voetbal is langzaam gegroeid. Het begon met het krijgen van een gouden bal als kleuter. Dat was de eerste verleiding voor de glamour van voetbal. Scoren als klein jochie deed hij iedere wedstrijd, dat vond hij leuk. Al gauw werd de zevenjarige uit Rijkerswoerd in de F1 gescout door PSV. Zijn ouders vonden hem veel te jong om al zoveel te reizen. Graafschap, Twente en Vitesse scouten hem een jaar later. Als Vitesse-fan was de keuze makkelijk gemaakt. De trainingen en reisafstand waren nu wel goed te combineren. Bij Vitesse is hij echt gaan houden van voetbal. Hij ging in die periode naar een wedstrijd in Barcelona en was helemaal verkocht toen hij het Spaanse spel zag. Carles Puyol, centraal verdediger, was meteen zijn idool. Hij lijkt wel een beetje op hem met zijn lange zwarte krullen.

Spanje

Zeven jaar later stapte hij over naar concurrent NEC. Een bijzondere overstap. Maar Dylan laat zich niet van de wijs brengen; fan zal hij altijd blijven van Vitesse. Nu moet hij bij NEC plotseling weg. “Het moeilijke is dat je het niet verwacht. Ik speelde veel. Vitesse, Utrecht, Go Ahead hadden allemaal interesse, maar nu is het te laat. NEC heeft het heel laat tegen mij gezegd.”. Of hij zich bedonderd voelt? Hij is veel te zachtaardig om te gaan schelden: “Ik vind het oneerlijk.” Hij is er stil van. “Het is best moeilijk. Zulke klappen komen wel binnen. Dan ga je nadenken of je wel verder wil in topsport.” Hij heeft besloten een jaar stage te lopen op goed niveau bij voetbalclub SML in de A1 en het Eerste. “Ze hebben een mooie ambitie: de beste A1 van Nederland worden. Er komen ook een aantal jongens die ik ken. Ik train dan iets minder, maar ik zal zeker elke wedstrijd spelen.” Uiteindelijk maakt het hem niet uit waar hij voetbalt en hoe vaak. Als hij maar kan voetballen. Voetbal is alles voor hem. “Ik zie mezelf later niets anders doen. Ik wist ook echt niet wat voor opleiding ik wilde doen na het vmbo, tot dat ik van het Johan Cruyff College Nijmegen hoorde. Hier kan ik school combineren met mijn liefde voor voetbal.” Zijn droom is om in Spanje te voetballen. En dan daar wonen met een vrouw en twee kinderen. Hij grinnikt, maar uit zijn vriendelijke ogen spreekt vastbeslotenheid.

Diabetes

Het verhaal heeft hij vaak van zijn moeder gehoord. Ze reden met de familie in de auto naar Zoetermeer en hij bleef als dreumes maar drinken. “Ik bleef zeuren om meer drinken, ik werd zelfs agressief. Mijn tante herkende de symptomen van diabetes omdat mijn nichtje het ook heeft. Ik had een ‘high’”. Dat betekent dat zijn suikerspiegel extreem hoog was. Halsoverkop zijn ze naar het ziekenhuis gegaan en ontdekten ze het: Diabetes Mellitis type 1. Hij was toen anderhalf jaar oud.

“Ik zie diabetes als een hulpmiddel”

Zijn stem wordt zachter als hij vertelt dat zijn vader op dat moment steeds meer afstand van hem neemt. Zijn vader zei vaak tegen zijn moeder: “Stel je niet zo aan, het is maar diabetes”. Zijn band met zijn moeder is heel hecht en dat komt misschien ook wel doordat ze er sindsdien samen alleen voor stonden. “De eerste keer dat mijn moeder me insuline moest geven, kon ze het bijna niet omdat het prikken mij pijn deed. De spuit heeft ze weggegooid en ze is in de hoek van de kamer gaan zitten huilen. Ik ben naar haar toe gekomen en heb gezegd ‘het komt goed mama, we gaan het samen goed doen.’ Mijn moeder is er altijd voor mij. Mijn vader raakte pas weer in me geïnteresseerd toen ik bij Vitesse ging voetballen.” Op de binnenkant van zijn pols staat de achternaam van zijn moeder sierlijk getatoeëerd: Rovroy. Binnenkort zijn achternaam.

Eng

Het begint met zweten en tintelende armen. “Het is best eng op zich,” zegt hij bescheiden als ik hem vraag wat een ‘low’ is. Als zijn suikerspiegel laag is, valt in een seconde al zijn energie weg. Hij is weleens blind het veld afgedragen. Definitief blind of doof worden is mogelijk als er niet op tijd wordt ingegrepen. “’s Nachts word ik soms wakker in een hypo, dan zit ik heel laag. Dan lig ik te shaken en te zweten in bed en mag ik na suikertoediening vijf minuten niets hebben. Dan zijn vijf minuten heel lang. Het voelt alsof ik doodga.” Een ‘HI’ is het andere uiterste, dan is zijn suikerspiegel te hoog. Een ‘HI’ zorgt dat hij boos wordt en dat hij zich niet meer kan focussen. Boven de suikerwaarde 32 volgt coma en nog erger: de dood.

Dat schommelen kost zijn lichaam heel veel energie. Hij moet zo constant mogelijk proberen te blijven en moet daarom regelmatig een dag thuisblijven. “Ik voel me om de dag ziek omdat schommelingen niet te voorkomen zijn. Ik hoef maar een koekje te nemen en de pomp vergeten in te stellen en dan voel ik me heel beroerd. Meestal voel ik het wel aankomen en ben ik het voor, maar soms niet.”

Prikken

Is deze ziekte wel te combineren met voetbal op hoog niveau? Door oud-profvolleyballer Bas van de Goor, ook diabeet, heeft Dylan gezien dat het mogelijk is. Hij trekt zijn shirt omhoog en een zwart apparaatje met een plastic draadje hangt aan de rand van zijn trainingsbroek. Het is een pomp die automatisch insuline toedient. Om de drie dagen moet hij ‘alleen maar’ een nieuw infuus schieten. Zeven keer per dag moet hij in zijn vinger prikken om zijn suikerspiegel te meten. Die pomp is hij dankbaar. Het heeft hem zelfstandig en verantwoordelijk gemaakt.

Daarmee is het goed te combineren, maar zeker niet makkelijk. Hij moet zich aan een streng dieet houden waarmee hij de dag kan doorkomen. Dit is afgestemd op het sporten. Het is juist opletten als hij minder beweegt, dan moet zijn dieet anders. Steeds schat hij in hoeveel voeding hij nodig heeft. Als hij om acht uur ’s morgens weggaat naar JCC, moet hij om half zeven eten. Als hij voetbalt, nuttigt hij twee uur van tevoren een goede maaltijd en een half uur van tevoren moet hij iets kleins nemen om zijn suikerspiegel hoog te houden. Hij weet exact hoeveel koolhydraten er in voeding zit. Hij legt in duizelingwekkende waardes op de komma uit hoe hij zijn lichaam bestuurt. “Zelfs als ik een schaafwond heb, gaat mijn suikerspiegel omhoog. Ik moet de waardes in de pomp dan aanpassen.” Hij doet heel veel op gevoel, want niet alle trainingen en wedstrijden zijn hetzelfde. Dat is uitzonderlijk knap volgens de artsen. Het begin van het voetbalseizoen is het moeilijkst voor hem, want hij weet dan nog niet hoe intensief de trainingen zijn. “Dan moet ik nog weleens uit een training stappen omdat ik me niet goed voel. Na een tijdje weet ik precies wat ik kan verwachten.”

Zielig

Hij heeft nooit gedacht ‘had ik maar geen diabetes’. Hij heeft zich er verantwoordelijk voor gevoeld om er goed mee te leren leven. Het ergst vindt hij het voor zijn moeder. “Het is niet altijd makkelijk voor haar. Mijn moeder vraagt me altijd als ik thuis kom of er iets is gebeurd. Of ik boos ben. Ze checkt dan symptomen. Daar baal ik natuurlijk weleens van. Dat vind ik dan weer zielig voor haar. Samen hebben we heel veel doorgemaakt.”

“Sommigen zien mij en denken het valt best mee, diabetes. Dat doet mij pijn. Ze beseffen niet wat ik er allemaal voor moet doen. Als ik niet goed op mezelf let, kan ik doodgaan.”

Sterker

Medestudent en voetballer Ted Verberne is een van zijn twee buddy’s. Buddy’s kunnen symptomen opmerken die hijzelf niet doorheeft. “’Misschien moet je even prikken’, kan Ted dan aangeven. Dat vind ik niet altijd even leuk. Het is goed natuurlijk, maar ik hou niet zo van hulp.” Hij wil het liefst als een normale jongen behandeld worden.

Dylan bewijst dat diabeet en topsporter zijn mogelijk is. “Ik zie diabetes als een hulpmiddel. Ik let daardoor veel meer op mijn gezondheid. Dit helpt mij om sterker te worden in mijn sport. Ik heb veel moeilijke momenten gehad, maar ik weet nu dat diabetes helpt me de persoon te worden die ik nu ben.”

Tekst: Anoushka van Bemmel

Advertenties

Eén reactie to “Dylan Rovroy, 17 jaar, voetbaltalent: “Als ik niet goed oplet, kan ik doodgaan””

  1. Patty karsten - den Doop juni 26, 2017 bij 1:14 pm #

    Jeetje wat een mooi verhaal en wat goed van je dat je met voetbal bent door gegaan je kent mij niet maar ik ben een nicht van jullie mijn meisjesnaam is DEN DOOP vraag maar even aan je moeder ik heb heel veel familie die rond Arnhem wonen doe ze de groeten 😘

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: