Mohamed Ali Mohamed: “Na 25 jaar oorlog, heb je geen hoop meer”

29 Apr

Mohamed

Zijn ogen glanzen regelmatig als het gaat om mensen die hem hebben geholpen. Maar zijn donkere blik verraadt ook zijn bagage, zijn vechtlust en zijn enorme drive om alles uit het leven te halen wat er in zit. Nog geen zes jaar in Nederland en dan al een veelbelovende hardloopatleet én student op het Johan Cruyff College Nijmegen. Het is niet voor niets dat de Somalische Mohamed Ali Mohamed in 2015 als ambassadeur van de opleiding is verkozen.

Met vijftien familieleden groeide Mohamed op in het huis van zijn oma in een dorpje vlak bij Mogadishu in Somalië. Op dat moment heerst er een burgeroorlog. Clans bevechten elkaar, Al Shabaab, een extremistische moslimorganisatie, terroriseert het land. Zijn vader en zijn moeder vluchten ieder met hun eigen clan, want alleen zo kunnen ze overleven. Grootmoeder vangt alle kinderen op die achterblijven. Ze wonen vlak bij de rivier en hebben veel land. Met zijn vieren slapen ze in één bed. “Dat was best gezellig.” Iedere ochtend voor het ontbijt helpt hij al als driejarige met zijn twee zussen en broer mee op de boerderij. “We hielpen dorsen op het land, sprokkelden brandhout en mochten mee met de koeien.”  Hij fluit vrolijk het deuntje waarmee hij de koeien begeleidde. “Een stok was niet nodig, zo lopen ze ook gewoon mee.” Pas als hij acht jaar is leert hij schrijven tijdens Koranles en krijgt hij Engelse les en rekenen bij iemand thuis.  Zijn ouders hopen zo hun kinderen een goede basis mee te geven voor als het ooit beter gaat in Somalië. “Mijn zussen, broer en ik beseften dat school heel belangrijk was, dat het een kans op een beter leven zou kunnen betekenen. We wilden enorm graag leren.”

Haile Gebrselassi

Hij voetbalt vaak met jongens uit de buurt. “Daar was ik niet goed in,” lacht hij. “Op een dag deden we een wedstrijd. Diegene die het snelste tien rondjes rond het veld rende, kreeg de prijs. Na negen rondjes, zei ik dat ik er tien had gelopen. Ze geloofden mij en jubelden dat ik net zo snel was als mijn achterneef Abdi Bile. Hij is de enige Somalische wereldkampioen op de 1500 meter.”  De zeventienjarige Mohamed wordt verliefd op hardlopen. Op straat koopt hij tweedehands spikes. “In een versleten hardloopboekje had ik deze gezien. Daaruit had ik plaatjes gescheurd en op de deur gehangen. Ik had geen idee dat je met spikes op een atletiekbaan moest lopen en liep er heel trots mee, pam-pam-pam, over het asfalt.” De spikes liggen ’s nachts naast zijn bed. “Ik kon nooit wachten tot het licht werd en ik weer kon gaan hardlopen.” Tientallen keren kijkt hij met zijn vrienden de film over de legendarische langeafstandloper Haile Gebrselassi. “Dat was toen mijn held en echt een voorbeeld voor ons. Hij inspireerde me te geloven dat ik als hardloper een beter leven kon krijgen.”

Mohamed beleeft in Somalië ook levensgevaarlijke situaties. Zijn oma wordt ’s nachts overvallen en mishandeld. De jonge Mohamed is hier met de andere kinderen getuige van. “Het doet nog steeds pijn als ik eraan terugdenk. Je begrijpt niet waarom zoiets gebeurt. Zo’n goede vrouw die voor de kinderen zorgde.” Emotioneel vertelt de atleet verder: “Dit gebeurt in Somalië. Mensen vechten met elkaar, er gaan mensen dood. Maar iedereen is uiteindelijk slachtoffer. Ik geloof niet dat mensen vanbinnen slecht zijn. Ze worden zo door de omstandigheden.” Ieder jaar hoopt zijn familie op betere tijden voor haar land en dat ze weer bij elkaar kan wonen. Zijn ouders leren hem vooruit te kijken. Dat als je het beter wilt hebben, je het zelf moet willen, zelf initiatief moet nemen. “Maar na 25 jaar oorlog heb je geen hoop meer. Ik droomde ervan weg te gaan, naar Europa.”  Op zijn negentiende hoort hij via via over een vluchtmogelijkheid naar Europa. Ongelooflijk blij grijpt hij de gelegenheid. Hij is dan in Kenia en kan geen afscheid meer nemen van zijn familie. Per ongeluk komt hij in Nederland terecht, in Groningen. Hij herinnert zich: “Veel water en kaarsrechte rivieren. Echt een mooi land.” Grinnikend: “ Later begreep ik pas dat het kanalen waren.”

Asielzoekerscentrum

Zodra hij wordt overgeplaatst naar het asielzoekerscentrum in Eindhoven, meldt hij zich aan bij de atletiekvereniging. Van hardlopen hoopt hij te kunnen leven, maar of hij talent heeft weet hij nog niet. Op de baan leert hij trainer René Godlieb kennen. Mohamed heeft nog nooit meegedaan aan een wedstrijd, maar René ziet Mohameds talent en traint hem op zijn vrije dag in de bossen van Laren als de atleet wordt overgeplaatst naar het Larens asielzoekerscentrum. “Hij haalde me op van de training, hij regelde fitness en massage. We zijn goede vrienden geworden.”

Wonen in het asielzoekerscentrum beïnvloedt hem in het begin negatief. “Veel mensen denken dat ze toch geen kans krijgen. Ik dacht dat ook. Maar ik voelde ergens wel dat ik niet gelijk had.” Door de atletiek krijgt Mohamed veel contact met Nederlanders en dat verandert hem. Hij staat bekend als een ‘aardige jongen’. Door Mohameds charme en gedrevenheid, willen mensen hem helpen. “Ik had twee tasjes met kleding en één paar hardloopschoenen, helemaal afgesleten aan de voorkant.” In 2009 ontmoet hij de Olympiër Mo Farah. Farah wordt zijn grote voorbeeld en vriend waarmee hij nog steeds regelmatig skypet. “Dat hij ook uit Mogadishu komt en zo hard werkt, is heel inspirerend voor mij. Ik kan met hem in mijn eigen taal spreken over trainingen. Met zo’n wereldatleet praten die ook Somalische thee drinkt  en jouw eten eet, is nog motiverender omdat je hem zo goed begrijpt.”

Zelfvertrouwen

Als Global Athletics in Nijmegen in 2010 ziet dat hij een goede tijd neerzet op de 5000 meter, 14.02, vragen ze hem te komen trainen. Breeduit lachend: “Ik kreeg allemaal nieuwe kleding en schoenen mee na de training. Het was ongelooflijk om met zoveel nieuwe spullen naar het asielzoekerscentrum terug te gaan. Ik kreeg er extra energie van en het motiveerde mij.” Theo Joosten neemt de training over van Godlieb en regelt een huis voor hem in Cuijk zodat de atleet iedere dag kan trainen.” Ook hij hielp me mijn leven op te bouwen. Ik leer veel van hem en hij heeft veel voor mij geregeld. Echt geweldig.” Mohamed beseft al snel dat hij zijn kansen moet pakken en niet moet blijven hangen in de negatieve sfeer die in het asielzoekerscentrum hangt. Hij is eigenwijs en besluit het te proberen. “Ik koos mijn eigen weg. Ik ben enorm veranderd sinds ik in Nederland ben. Enerzijds komt dit doordat Nederland een land is waar je kansen krijgt als je laat zien dat je goed bent en dat je echt wilt. Aan de andere kant kwam het doordat ik succes kreeg met het hardlopen. Ik kwam hier zonder iets, mijn oude leven was weg, dat maakte me onzeker. Maar op de atletiekbaan kreeg ik zelfvertrouwen. Door mijn sportsuccessen zag ik dat ik ook buiten de baan vertrouwen kon hebben. Niet bang zijn, gewoon proberen. Alle begin is moeilijk.”

Als de atleet eenmaal begint mee te doen aan wedstrijden en hard gaat trainen, worden zijn tijden steeds beter. In 2010 wint hij het NK 10 km in Tilburg. Daarna bereikt hij regelmatig een plaats in de top drie. Op het moment richt hij zich vooral op de 5000 meter. Van 14.02 heeft hij zijn tijd nu verbeterd naar 13.50. Zijn doel is naar de Olympische Spelen in Rio te gaan. Daarvoor moet hij 13.20 lopen.  Of hem dat gaat lukken? Nuchter: “Het hangt niet alleen van mij af. Ik doe het samen met mijn trainer, fysiotherapeut en diëtist. Natuurlijk wil ik mijn droom bereiken, maar het gaat mij niet alleen om de secondes, maar ook om een goede toekomst. Zowel voor mij als mijn ouders. Die kans krijg ik hier in Nederland en dat is nog veel meer waard dan sport.” Hij relativeert, maar zijn drive is groot. “Ik geniet nog steeds van hardlopen. De lat leg ik steeds hoger. Ik wil alles eruit halen, de beste worden. Alleen nu telt, want ik ben 25 jaar en je kunt je leven niet terugspoelen. Ik ga pas relaxen als ik oud ben. Dan zal ik terugkijken en enorm trots zijn op wat ik heb bereikt.”

 Mohammed staat bekend als ‘unstoppable’

In 2013 hoort hij voor het eerst op trainingsstage in Ethiopië van het Johan Cruyff College. Dat het een school is voor topsporters, begrijpt hij door atleet Jesper van der Wielen, oud-student en ambassadeur van JCC Nijmegen.  “Ik wilde ook studeren en vroeg hem hoe hij dat had gedaan. Eigenlijk dacht ik dat ik het niet zou kunnen. Jesper ging met me mee op gesprek bij Joop, de opleidingscoördinator. Om toegelaten te worden moest ik het Staatsexamen NT2  halen. ” Deze investering is een offer voor een atleet die het financieel moeilijk heeft. Maar in acht maanden haalt hij het examen.  Aan intelligentie ontbreekt het hem dus niet. “Ik zag het als een kans. Als je het nooit probeert, gaat het zeker niet lukken.” In 2014 startte hij op de opleiding Commercieel Medewerker. Alles is nieuw: Nederlands leren, werken op een laptop, naar school gaan, studeren. “Toch als ik nu terugkijk, zie ik hoe ik in een jaar gegroeid ben. Bovendien weet ik dat de docenten mij steunen.” Hij grapt: “Ik heb 23 jaar vakantie gehad en nu ga ik naar school. En zelfs dan haal ik jullie nog in.” Hij is een trein die doordendert, komt ondanks zijn trainingen altijd vier dagen per week naar school, werkt door als hij ziek is en heeft alle toetsen tot nu toe gehaald. JCC noemt hem ‘unstoppable’. Regelmatig komt hij uitgeput thuis van het sporten en studeren. “Als andere studenten één stap zetten, moet ik er drie zetten. Soms ben ik zó moe. Maar dan denk ik aan dat er mensen zijn die sterker en slimmer zijn dan ik en die geen kans hebben gekregen.” Hij heeft de smaak van het studeren te pakken gekregen. Zijn doel is ook niveau 4 te gaan doen. Prettig vindt hij het dat hij de regie in eigen handen heeft op het JCC. “De school laat zien dat ze vertrouwen in mij heeft door mij zelf mijn rooster te laten maken. Als ik gedwongen zou worden om iedere dag van half negen tot vijf te komen, zou ik smoesjes gaan verzinnen,” bekent hij.

Hij is trots op wat hij nu bereikt heeft. Zijn Nederlandse paspoort heeft hij na zes jaar wachten kunnen aanvragen en hij verwacht over een half jaar – “na het WK” – Nederlander te zijn. “Dat is de dag waarop ik al zo lang wacht. Het is een droom voor mij. Het eerste dat ik dan doe is praten met mijn trainer en met mijn coach op het Johan Cruyff College, omdat ik op trainingsstage wil gaan. Ook ga ik meteen met bedrijven praten over sponsoring, want als Nederlandse atleet ben ik veel interessanter. ” Dan hoort hij officieel bij het Nederlands team,  zal hij ook wedstrijdgeld ontvangen en hoopt hij aan het EK te kunnen meedoen. Zijn ouders, broer en zussen wonen nog steeds in Somalië. Als hij kan, stuurt hij ze een beetje geld. “Ik vind het normaal om iets voor ze terug te doen.” Na de Olympische Spelen wil hij zijn familie gaan opzoeken. “Ik vraag me ook af of mijn vrienden er nog zijn. Ik zou graag weer willen praten over vroeger. Mensen ontmoeten die mij hebben gekend als kind. ‘Weet je nog?’ zeggen tegen een oude bekende. Dat mis ik wel.”

Tekst: Anoushka van Bemmel

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: