Lidewij Welten: “Ik wil het beste uit mezelf halen”

29 Apr

 

LidewijWeltenFotoKNHBKoenSuyk-max.jpg

Ze kwam met goud en ging met goud. Lidewij Welten (24 jaar), tophockeyster in het nationaal team en bij Hockeyclub Den Bosch, maakte een heel bijzondere entree op het Johan Cruyff College Nijmegen in 2008. Ze had net goud gewonnen in Beijing op de Olympische Spelen. Vier jaar later verliet ze de opleiding met een diploma én weer met een gouden medaille. Deze keer van de Olympische Spelen in Londen.

Er is sinds de diploma-uitreiking alweer zoveel gebeurd in haar drukke leven, dat ze even moet nadenken. Langzaam herinnert Lidewij zich haar tijd op JCC weer: “Ze denken met je mee. Het was super dat je mensen aan je kant hebt staan. Niet: ‘zoek het maar uit’ wat op veel opleidingen gebeurt. Na de Olympisch Spelen in Beijing wilde Lidewij weer een studie oppakken. Een studie op het Johan Cruyff College Nijmegen leek haar de beste combinatie met haar sport. “Lekker breed, zodat je heel veel kanten op kan. Hockey is geen voetbal, je verdient er niet veel mee. Je moet iets achter de hand hebben.” De vastberaden blik in haar blauwe ogen verraadt een sterke persoonlijkheid. 

Lol op school

“Tuurlijk heb ik momenten gehad dat ik het combineren pittig vond, maar de docenten deden niet moeilijk en zochten altijd naar een oplossing. Als ik even niet meer wist hoe ik het moest doen, gingen we samen een planning maken. Dat gaf rust. Ik had veel lol op school. Vaak ging ik met Emilie Mol (ambassadeur JCC Nijmegen en oud-teamgenoot Hockeyclub Den Bosch, red.) naar school. We hebben veel gelachen in het OLG met andere sporters. Iedereen met zijn eigen trainingsschema en eigen sport. Dat was uniek en mooi om te zien. De sfeer was heel relaxt, ook tussen studenten en docenten.”

In aanloop naar de Olympische Spelen in Londen, moest de speelster steeds vaker trainen en was ze nauwelijks meer aanwezig op school. Veel tijd voor studie had ze niet en plannen was niet altijd haar sterkste punt, dus leerde ze een dag van tevoren voor een toets en daarmee lukte het gelukkig wel.  Nadat ze weer een gouden plak won, haalde ze in 2012 ook haar diploma. “Dat was op een andere school nooit gelukt. Het is een fijn gevoel een diploma op zak te hebben. Ik ben vorig jaar een hbo-opleiding Advanced Business Creations begonnen. Dit is veel moeilijker te combineren omdat er geen topsportklas is. Soms hoor je: ‘ben je er al weer niet’. Dat is wel lastig, vooral als je samen moet werken in groepjes. Ik zal er langer over doen en hoop in twee jaar mijn propedeuse te halen.” Ze heeft zich erbij neergelegd dat ze niet alles  100% kan doen. Sport heeft haar prioriteit, studie doet ze erbij. “Als ik het haal, is het mooi meegenomen. Ik heb in ieder geval al een mbo-diploma.” Ze pakt het nu wel beter aan. Als topsporter heeft ze haar sterktes en zwaktes goed leren kennen. Als basisspeelster  weet ze hoe belangrijk het is helder te communiceren naar het team wat je wel of niet kan. Die tactiek past ze ook in haar studie toe. “Het is heel grappig misschien om dit van mij te horen, want ik ben best chaotisch geweest op het JCC ,“ lacht ze. “Maar ik heb geleerd voor mezelf te ordenen wat ik moet doen voor mijn studie. Ik stel duidelijke doelen op een dag wat en wanneer ik iets gedaan wil hebben. Mensen om mij heen weten precies wat ze aan mij hebben. Ik geef aan wat haalbaar is voor mij. En niet pas op het laatste moment, maar ruim van tevoren. Dan hoef ik mezelf niet áltijd in de stress te werken.” Vriendelijk en direct, dat is haar stijl.

Onbevangen

Als jongste van het gezin Welten is ze op haar zesde begonnen met hockey bij HOD Valkenswaard. “Mijn broer en zus hockeyden en ik wilde dat natuurlijk ook. Ik vond het meteen een superleuke sport. Met onze hond Billy ging ik vaak een balletje slaan. Lekker dribbelen en hij de ballen ophalen. Vaak stond ik langs het veld te kijken naar trainingen. Dan had ik mijn scheenbeschermers al aan, bitje in en hoopte ik dat ik mee mocht doen. Lekker pielen met die bal en rennen, dat vond ik leuk.” Ze had al ballet, zwemmen, tennis en paardrijden geprobeerd, maar hockey was het helemaal. Samen met een team presteren, dat past beter bij haar. Lidewij is een mensenmens.

Op haar vijftiende werd ze geselecteerd voor het nationaal team, maar het was niet vanzelfsprekend dat ze meeging naar de Olympische Spelen in Beijing. Ze hoorde het pas een maand van tevoren. “Ik ging er heel onbevangen heen, had pas drie interlands gespeeld. Ik was niet diegene die de kar moest trekken. Dat is wel anders als je in de basis zit, zoals nu.” Nu ervaart ze wel de druk. “Ik kan me niet meer verschuilen achter dat ik jong ben. Je wordt belangrijker en beslissender. Maar dat vind ik ook weer een uitdaging.” Ze wil absoluut naar Rio en ziet een vierde Olympische Spelen ook nog wel gebeuren. “Dan ben ik pas 30.”

“Mensen zien vaak niet wat je ervoor moet laten”

Het ene succes volgt het andere op. Ruim honderd interlands, goud op de Olympische Spelen in Beijing en Londen, en ook nog WK goud. Lidewij lijkt het altijd mee te zitten. “Mensen zien vaak niet wat je ervoor moet laten. Als je me vraagt wanneer ik voor het laatst naar een feestje ging, dan is dat wel heel lang geleden. Niet dat ik het erg vind. Ik weet waarvoor ik het doe.” Absolute hoogtepunten waren voor haar beide Olympische Spelen en WK goud. Ze is gegroeid van deze ervaringen, want heeft nu meer in haar rugzak. “Toen ik voor het eerst naar Beijing ging, ging ik lekker tekeer in de gamehal met basketballen en andere spelletjes. De volgende dag had ik spierpijn in mijn armen en was de eerste wedstrijd. Ik durfde niets te zeggen tegen de coach. Dat zou ik nu niet meer doen. Maar ook omgaan met druk en tegenslag, daar leer je steeds beter mee om te gaan.” Dat ze op de World League als Speelster van het Jaar werd gekozen, voelde als een beloning voor het harde werken nadat ze uit de selectie werd gezet. “Het was voor mij een teken van mijn weerbaarheid, dat ik het beste uit mezelf had gehaald.”

Al bijna tien jaar presteert ze op internationaal topniveau. Ze heeft spanning nodig om goed te kunnen spelen en ze is een optimist. Lidewij heet niet voor niets ‘Lideblij’. “Het is absoluut mijn kracht, maar het kan ook mijn valkuil zijn. Dat ik bijvoorbeeld teveel weglach. Als ik boos ben, presteer ik beter, maar te boos zijn werkt ook weer niet. Dan sla ik loeihard, maar wel ernaast. Ik ben ook wel nuchter en dat helpt ook om met de prestatiedruk om te gaan. Als ik onderweg naar een belangrijke wedstrijd naar buiten kijk en ik mensen hun dagelijkse dingen zie doen, denk ik: ‘wat kan hen deze wedstrijd schelen.’ Je moet er niet meer van maken dan het is. Het is maar een wedstrijd. Het gaat erom dat ik ervan geniet.  Vooral als ik dan gewisseld bent en even naar het publiek kan kijken en een polonaise zie op de tribune, denk ik : ‘wat is het hier toch vet!’. Dat is echt genieten,” straalt ze.

Break

Na Londen koos Lidewij bewust voor een break. “Je bent jong en je wilt ook eens iets anders.” Samen met teamgenoot Eva de Goede reisde ze drie maanden door Australië en Nieuw-Zeeland. Toen ze terugkwam, ging het niet zo goed in de sport. Een jaar voor het WK werd ze zelfs uit de selectie gezet. Haar coach vond dat ze fitter moest zijn en beter moest presteren. “Ik zag het wel aankomen. Ik speelde meer voor de coach en voor randzaken dan vanuit mezelf. Ik was natuurlijk wel teleurgesteld en heel erg boos.  Daar moest ik me wel overheen zetten. Daarna is het doorzetten en niet bij de pakken neerzitten. Ik dacht: ‘ik zal je wat laten zien.’ Ik heb een jaar lang zo hard gewerkt en zo hard getraind. Als ik in het nauw zit, zie je mijn ware aard, dan ben ik een vechter. Teamgenoten, ouders en mijn vriend (Nieuw-Zeelandse hockeyinternational, red.) steunden me gelukkig. Dat jaar heeft ook weer mooie dingen gebracht: ik kreeg meer tijd voor mijn vrienden en ben op reis geweest naar Hongkong. Na een jaar klopte alles: mijn lichaam was fit, mentaal zat het weer goed, maar toen kreeg ik een bal op mijn hand. Gebroken. Pas een week van tevoren hoorde ik dat ik mee mocht doen op het WK, maar alle voorpret had ik gemist. Ik was natuurlijk blij dat ik alsnog mocht staan op het WK.” Betrokken voegt ze er toch aan toe: “Maar ik kon veel beter dan ik daar heb laten zien.”

Droom

Heeft ze nog een droom? “Drie keer Olympisch goud is beter dan twee keer, maar ik zie het niet als een droom, eerder een doel. Ik leef vooral in het moment. Ik heb alles gewonnen wat er te winnen valt. Ik wil nu vooral het beste uit mezelf halen, de beste voor het team zijn. Natuurlijk wil ik ooit reizen, een gezin en een leuke baan. Ik heb ook weleens gedacht aan een eigen kledinglijn. Of PR-stunts bedenken voor een kledingbedrijf. Maar nu kan ik me geen leven zonder hockey voorstellen. Ik vind hockey nog steeds superleuk. Die combi van skills, tactiek en veel acties. Er gebeurt heel veel in het spel. Mijn teamgenoten zijn ook mijn vrienden geworden. Ik zie ze naast het veld zeker nog vier keer per week.”

Ze heeft geen inspiratiebrond, maar er zijn sporters waar ze veel respect voor heeft. Zoals Cristiano Ronaldo. “Hij werkt er hard voor om zo goed te zijn.” Verder vindt ze Zlatan een mooie sporter. “Dat rebelse, hij is echt een koning. Hij heeft een grote mond, maar hij maakt het ook waar. Overal waar hij is geweest, is hij kampioen geworden. Met hem zou ik wel eens thee willen drinken”, lacht ze.

Een laatste slok van haar groene thee en ze gaat weer op weg naar haar training in Den Bosch. “En vanavond leren, want morgen heb ik tentamen.”

Tekst: Anoushka van Bemmel

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: