Lara Baars:” Ik wil laten zien dat ik niet anders ben. Misschien zelfs beter.”

29 Apr
PERSDAG7

Heleen Wiessenhaan

Dagelijks kampen met vooroordelen en zeer succesvol zijn, hoe doe je dat? Lara Baars, negentienjarige para-atlete en student niveau 4 op het Johan Cruyff College, gaat naar de Paralympische Spelen in Rio. Dat lukte niet zomaar.

Lara is geboren in Duitsland en groeide grotendeels in Groesbeek op met twee broers en een zus. Meteen na haar geboorte werd duidelijk dat Lara een groeistoornis heeft: achondroplasie. Ze is daardoor niet langer geworden dan 1, 24 m. “Ik was niet echt een zorgenkindje, wilde zo min mogelijk afhankelijk zijn, maar kreeg natuurlijk wel meer aandacht. Ik moest  bijvoorbeeld een aangepaste stoel hebben op school.” Ze wilde als kind zo zelfstandig mogelijk zijn. Ieder jaar heeft ze controle in het ziekenhuis, omdat mensen met achondroplasie last kunnen krijgen van O-benen, hun hart, nieren, darmen of wervelkolom. “Ik heb gelukkig geen lichamelijke klachten.”

Droom

Sporten deed iedereen in het gezin, dat hoorde er gewoon bij. Lara handbalde met valide meisjes. “Dat ging heel goed. Het was voor de lol. Ik kon in kracht en snelheid prima meekomen, maar speelde niet op hoog niveau. Ik wist wel dat ik nooit naar de Dames zou kunnen gaan. Door mijn lengte, kan ik niet goed verdedigen.” Uit nieuwsgierigheid ging Lara naar de Paralympische Talentdag op Papendal, een landelijk sportcentrum in Ede. Atletiek leek haar altijd al leuk. Zij zagen meteen talent in de Groesbeekse. “Dat was twee jaar geleden op 5 oktober 2013”, ze weet het nog precies. In twee jaar tijd heeft ze grote stappen gemaakt als werpatleet. Dat ze met kogelstoten zo snel gekwalificeerd is voor de Paralympische Spelen, kan ze niet verklaren en beseft ze nog nauwelijks. De Olympische droom schoot weleens door haar hoofd. “Maar dan dacht ik meteen dat ik dat toch nooit zou halen. Ik zat er nog maar één jaar bij.” In Nederland heeft ze geen concurrentie van andere kleine vrouwen, wel internationaal. Lara: “Het WK was mijn eerste grote toernooi. Ik stond op dat moment vierde op de wereldranglijst en er zat nog wel wat afstand tussen de nummer twee en mij. Een bronzen medaille had ik misschien verwacht maar een zilveren medaille en een persoonlijk record zeker niet. Ik was ook meteen gekwalificeerd voor de Paralympische Spelen. Ik leefde op dat moment mijn droom.”

Gepest

Ze stelde zichzelf laatst nog de vraag: ‘wanneer wist ik dat ik anders was?’ “Op de basisschool had ik geen idee dat ik een handicap had. Hoe ouder ik werd, hoe vaker ze me raar aankeken. In groep 7 en 8 en in de eerste twee jaren van de middelbare school werd ik gepest. Op straat wijzen nog steeds mensen haar na of lachen haar uit. “Soms denk ik wel: alweer?! Het is jammer dat het altijd zo moet gaan, maar ik besef dat ik er het beste van moet maken. Ik zal het moeten accepteren en laten zien dat ik niet anders ben.”

“Door al die pesterijen werd ik best onzeker”

Ze ziet haar handicap niet als een handicap, voor haar is het een kleine beperking. “Maar door al die pesterijen werd ik best wel onzeker.” In haar puberteit was het vooral heel heftig. Maar ook nu wordt ze nog dagelijks geconfronteerd met vooroordelen. “Zelfs met aanmelden bij opleidingen, stages en werk merk ik dat ze me niet meteen willen aannemen, omdat ze niet weten wat ik kan. Het is niet leuk, maar het maakt voor mij wel de uitdaging groter om het tegendeel te bewijzen. Ik ben niet anders dan anderen. Misschien zelfs wel beter.” Ze heeft zich eerst aangemeld bij de opleiding voor schoonheidspecialiste. “Ik moest drie keer op gesprek komen voordat ik werd aangenomen, omdat ze twijfelden of ik het zou kunnen. Daar maak ik me wel boos over.” Haar bruine ogen staan donker. “Maar boos worden vind ik ook gauw verspilde energie. Je leert ermee leven. Toen ik de opleiding moest verlaten zagen ze pas in dat het nooit een probleem was geweest. Zo gaat dat altijd. Gelukkig was dat bij het Johan Cruyff College (JCC) helemaal niet zo. Ook heb ik nu een mooie stageplek gevonden bij Topsport Gelderland. Daar begin ik na Rio.” Op Papendal kreeg ze de tip eens te kijken bij JCC. “Wekelijks opdrachten afhebben, daar moest ik in het begin op JCC wel aan wennen. Maar ik vind het ideaal dat alles online is. Geen gesjouw met boeken. De studenten vond ik meteen heel anders. Het is net alsof ze meer volwassen zijn. Topsporters komen in situaties waar andere leeftijdsgenoten niet zo vaak komen. Je reist vaak naar het buitenland, je krijgt blessures en tegenslagen die je zelf moet verwerken. Daar word je sterk en snel volwassen van.”

Zilver

Nu ze zilver op het WK heeft gewonnen, is ze fulltime gaan sporten om zich voor te bereiden op de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro deze zomer. Ze traint vier uur per dag, vijf dagen in de week. “Ik vond het in het begin heel moeilijk te combineren met studie. Ik ben vaak moe van de trainingen en vind het lastig te schakelen van training naar studie.” Op school lukte het niet de deadlines te halen, daardoor raakte ze gefrustreerd. “Ik weet van mezelf dat ik doorzettingsvermogen heb. Ik ga tot het gaatje door tot dat het gelukt is. Daarom hou ik niet van stoppen. Ik gaf de schuld aan school en had het gevoel dat niemand snapte wat ik meemaakte. Eigenlijk wilde ik een jaar stoppen en me volledig focussen op Rio. Maar mijn ouders vonden dat geen goed plan. Ik heb de afgelopen maanden veel gesprekken gehad met mijn ouders en met school. Zonder mijn studiecoach Hanneke had ik niet meer op school gezeten. Ze pushte me vol te houden. Ik heb nu besloten dat ik in ieder geval het eerste leerjaar afrond. Het is goed dat ik ook even met iets anders bezig ben dan alleen sport.” Lara komt alleen op woensdag op school. Daarnaast krijgt ze ook les in de virtual classroom. Ze moet nog één toets afronden en dan heeft ze het eerste leerjaar gehaald. “Op een andere school was dit nooit gelukt. Ik ben heel blij dat het Johan Cruyff College bestaat.”

Sinds het WK is haar leven ‘omgehusseld’. Van een beetje atleet naar fulltime atleet, van een paar dagen school naar één dag, van de hele week thuis naar heel even thuis, van een trainer naar een bondscoach, en niet te vergeten: een nieuwe liefde.  “Mijn ouders zagen het ook: ik besef nu dat ik het wél kan. De onzekerheid is van me af gevallen. Atletiek gaf me al meer vertrouwen, maar die medaille heeft me pas echt sterker gemaakt.” Lara is nu onderdeel van het Dutch Paralympics Team. “We zijn als team altijd samen. Dat maakt het nog leuker, want je bent niet alleen en je kunt elkaar helpen als het even tegen zit.” Sinds het WK is paralympisch sprinter op de 100 en 200 meter, Jelmer Bos,  haar vriend. “Dat maakt het natuurlijk nog leuker,” lacht ze.

Doorzetten

Sport betekent enorm veel voor de atleet. “Ik zou niet meer zonder kunnen. Echt niet. Het heeft me mentaal veranderd, gezorgd dat ik me niets meer aantrek van pesters. Een jaar geleden had ik daar nog heel veel moeite mee. Nu kan ik er koel mee omgaan. Ik besef dat ik aan de top sta en zij niet. Tegelijkertijd weet ik dat als zij er niet waren geweest, ik hier nooit had gestaan. Daardoor heb ik doorzettingsvermogen gekregen. Het heeft ook weer positief uitgewerkt.”

Als ze haar studiedoel heeft gehaald, wil ze zich volledig focussen op Rio. Ze gaat voor goud én een wereldrecord. “Ik stoot nu 6,80 meter. Mijn concurrente Lauritta Onye werpt 7,72 meter. Tijdens de Paralympische Spelen ga ik voor 8 meter.”

Tekst: Anoushka van Bemmel

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: