Archive | april, 2016

Lidewij Welten: “Ik wil het beste uit mezelf halen”

29 Apr

 

LidewijWeltenFotoKNHBKoenSuyk-max.jpg

Ze kwam met goud en ging met goud. Lidewij Welten (24 jaar), tophockeyster in het nationaal team en bij Hockeyclub Den Bosch, maakte een heel bijzondere entree op het Johan Cruyff College Nijmegen in 2008. Ze had net goud gewonnen in Beijing op de Olympische Spelen. Vier jaar later verliet ze de opleiding met een diploma én weer met een gouden medaille. Deze keer van de Olympische Spelen in Londen.

Er is sinds de diploma-uitreiking alweer zoveel gebeurd in haar drukke leven, dat ze even moet nadenken. Langzaam herinnert Lidewij zich haar tijd op JCC weer: “Ze denken met je mee. Het was super dat je mensen aan je kant hebt staan. Niet: ‘zoek het maar uit’ wat op veel opleidingen gebeurt. Na de Olympisch Spelen in Beijing wilde Lidewij weer een studie oppakken. Een studie op het Johan Cruyff College Nijmegen leek haar de beste combinatie met haar sport. “Lekker breed, zodat je heel veel kanten op kan. Hockey is geen voetbal, je verdient er niet veel mee. Je moet iets achter de hand hebben.” De vastberaden blik in haar blauwe ogen verraadt een sterke persoonlijkheid.  Lees verder

Celeste Plak: “Ik heb niet echt veel bereikt. Nog niet.”

29 Apr

Celeste

Tijdens het interview kijkt ze veel om zich heen, spreekt rustig met zachte, licht hese stem. Haar meisjeshanden gebaren steeds als ze praat, haar lange vingers dansen als vlinders mee. Bijna niet voor te stellen dat Celeste Plak hiermee die loeiharde smashes kan geven. “Ik ben groot en donker en beweeg me anders”, omschrijft ze zichzelf. Een understatement, want ze staat vooral bekend om haar explosiviteit en passievol spel, een soort oerkracht. Daardoor is ze het opvallende boegbeeld van het Nederlands dames volleybalteam. Even is ze overgevlogen uit het Italiaanse Bergamo waar haar club Foppapedretti huist.

Haar grote bos donkere krullen heeft ze opgebonden in een nonchalante knot. Ze draagt een zomers t-shirt, wit met neonroze strepen. “Wat is het hier koud!” Ze is ondertussen gewend aan de Italiaanse voorjaarstemperatuur in Bergamo. Een zonnig klimaat doet haar duidelijk goed. “De winter is niet mijn beste seizoen. Ik moet in Nederland veel vitamine D slikken.” In 2014 waagde ze in haar examenjaar de stap naar de internationale volleybalclub en woont ze tussen de bergen in een appartement in Bergamo.

Eenzaam

Celeste ontdekte volleybal door mee te gaan naar de training van haar moeder bij volleybalclub De Boemel in het Noord-Hollandse dorpje Tuitjenhorn. Ze vond het geweldig om wedstrijden te spelen en onder druk te presteren. Toch had het ook een andere sport kunnen zijn. “Dat had ik met evenveel passie gespeeld. Het is verschrikkelijk, maar ik ken nog steeds niet alle spelregels van volleybal. Ik deed laatst iets op de training waarop iedereen geschokt naar me keek en riep dat dat helemaal niet mocht. Ik had geen idee.” Frummelend aan haar oorbel: “Dat is wel iets wat ik echt snel moet veranderen.” Even later: “Mensen denken vaak dat ik nonchalant ben, maar ik ben af en toe gewoon te rustig. En het volgende moment ben ik weer explosief, aanwezig en extravert.” Denkt even na: ”Ik ben misschien een beetje raar, in ieder geval onvoorspelbaar. Behalve als ik honger heb, dan word ik altijd chagrijnig.” Dat vindt ze wel echt ‘een negatief ding’ van topsport: op haar gewicht letten. Enigszins zuur: “Ik houd van lekker eten, dus moet keuzes maken. In diëten heb ik nog niet echt het plezier gevonden.”  Lees verder

Jesper van der Wielen: “Door sociaal contact presteer ik beter”

29 Apr

1325_van_der_wielen

Topatleet Jesper van der Wielen komt net uit een moeilijke periode  -“een zwart gat”- maar is weer in topvorm. Een sociale jongen die als tiener met geestelijk gehandicapten of bij de politie wilde werken. Nu droomt hij ervan de marathon van Rotterdam te winnen.

“Tijdens de wedstrijd vallen steeds meer Afrikanen af. Op een gegeven moment lopen we met zijn drieën. Het gevoel dat ik mijn tegenstanders pijn kan doen, geeft me een enorme kick. De race is een avontuur waarin ik niet weet of ik overeind blijf. Je weet tijdens een marathon nooit wat er gebeurt. Echt winnen gaat lastig worden. Er gebeurt altijd iets dat je niet verwacht omdat het een mentale en fysieke afvalrace is. Als de ene laatste Afrikaan afvalt, hoor ik zijn ademhaling en zijn voetstappen achter me verdwijnen. Het is nu een man-tegen-man-gevecht. De laatste Afrikaan en ik wisselen elkaar af, hij 40 seconden voorop en dan ik weer. Soms zit er vijf meter tussen. Het is de kunst mentaal niet te breken, niet te denken: ik ga winnen. Want dat nekt je. Ik ga mee en ik maak er het beste van, dat is de beste gedachte. Mijn hele lichaam doet pijn van mijn tenen tot mijn kruin. Ik heb vreselijke honger, voel me leeg.  In mijn hoofd voel ik mentale pijn. Het kost ongelooflijk veel energie, maar ik haal kracht uit de wil om te winnen.  Het is alsof ik in een tunnel zit. Ik hoor het publiek niet meer, alleen de stem van mijn coach en mijn vader. Optimale concentratie. De laatste minuut moet ik gewoon gáán.  Sprinten is niet meer mogelijk, ik moet alleen mijn tempo zien hoog te houden. De laatste honderd meter ga ik vanzelf. Ik zie de finish en alle pijn is weg. Ik heb gewonnen en ren over de Coolsingel.” Stralende bruingroene ogen kijken me aan. Dit is Jespers droomwedstrijd. En dan zegt hij nuchter: “Maar een Nederlander die de Marathon van Rotterdam wint, dat is wel heel lang geleden.”  Lees verder

Gert-Jan Schep: “Space is the limit when your heart is in it”

29 Apr

Gert jan

Door zijn leergierigheid, enthousiasme, gedrevenheid, maar vooral vanwege zijn persoonlijke verhaal en enorme doorzettingsvermogen, is Gert-Jan iemand die je altijd bijblijft. Hij is geboren met CP, maar bereikte ondanks alle slechte verwachtingen de topsport.

Gert-Jan heeft Cerebrale Parese. Hij werd tien weken te vroeg geboren en kreeg daardoor hersenbloedingen. Hierdoor heeft hij o.a. een verhoogde spierspanning, spasmen en motorische problemen aan overgehouden. Met schommelende tred begroette hij mij en kreeg ik een zachte hand. “Ik heb je niet echt een hand gegeven. Als ik knijp, knijp ik namelijk drie keer zo hard. Ik slaap met gebalde vuisten en verbrand de hele dag door koolhydraten. Mijn benen doen helaas altijd pijn. Mijn kracht kan ik moeilijk doseren. Het is net als vol gas geven tijdens het autorijden. Er zit geen rem op.” Lees verder

Wout Poels: leven in turboboost

29 Apr

Poels

Vanaf de afslag Venray strekt zich een Noord-Limburgs landschap uit met velden, bosranden en even later het bruine kerkje van Meerlo vlak bij Blitterswijck. Dit is het thuisland van Wout Poels (28),  Sky-wielrenner en oud-student van het Johan Cruyff College Nijmegen. De koffer staat nog ingepakt in de gang, want gisteravond is hij teruggekomen van de Abu Dhabi Tour. Op zijn elleboog een flinke schaafwond na de schuiver vlak voor de finish. “Die val is wel even een dieptepunt voor mij.”

Na de Tour de France is hij in dit rustige wijkje gaan wonen. Zijn vader is drie jaar geleden in Meerlo begraven en veel familie woont hier. “Ik vind het prettig om familie en vrienden om me heen te hebben.” Nu, drie maanden na de Tour, heeft hij nog maar twee weken echt in zijn huis gewoond. “Mijn koffer pak ik liever niet uit, dan weet ik zeker dat ik niets vergeet.” Internationale wedstrijden zijn voor hem als profwielrenner al zeven jaar de gewoonste zaak van de wereld. Als jongen van dertien ontdekte hij het wielrennen door zijn oudere broer Norbert die een talent was bij de Rabobank junioren. “Het leek me wel leuk al die reizen, maar ik wist niet dat het in deze sport zoveel afzien was,” bekent hij. Diep gaan heeft hij moeten leren. “Op een gegeven moment begin je uitslagen te rijden en dan zie je dat anderen nog meer pijn hebben dan jij. Dan wordt het wel heel leuk.” Relaxt leunt hij achterover. Deze jongen heeft de komende vier weken rust na een topseizoen. Geen pocherij, Wout is vriendelijk, eerlijk en bescheiden. “Ik wil niet naast mijn schoenen lopen, want als het dan minder gaat krijg je het terug. Ik blijf ook wel met beide voeten op de grond door mijn familie. Zij vinden het supermooi, maar ik kan echt niet alles maken.” Over een week is zijn fanclubdag in Blitterswijck. Het dorp waar hij is opgegroeid en waar zijn moeder woont. Hij vindt het wel ‘apart’ dat mensen speciaal voor hem komen. Enigszins gelaten: “Ik vind het wel gezellig, hoor, maar de hele dag op een podium staan hoeft voor mij niet.” Lees verder

Mohamed Ali Mohamed: “Na 25 jaar oorlog, heb je geen hoop meer”

29 Apr

Mohamed

Zijn ogen glanzen regelmatig als het gaat om mensen die hem hebben geholpen. Maar zijn donkere blik verraadt ook zijn bagage, zijn vechtlust en zijn enorme drive om alles uit het leven te halen wat er in zit. Nog geen zes jaar in Nederland en dan al een veelbelovende hardloopatleet én student op het Johan Cruyff College Nijmegen. Het is niet voor niets dat de Somalische Mohamed Ali Mohamed in 2015 als ambassadeur van de opleiding is verkozen.

Met vijftien familieleden groeide Mohamed op in het huis van zijn oma in een dorpje vlak bij Mogadishu in Somalië. Op dat moment heerst er een burgeroorlog. Clans bevechten elkaar, Al Shabaab, een extremistische moslimorganisatie, terroriseert het land. Zijn vader en zijn moeder vluchten ieder met hun eigen clan, want alleen zo kunnen ze overleven. Grootmoeder vangt alle kinderen op die achterblijven. Ze wonen vlak bij de rivier en hebben veel land. Met zijn vieren slapen ze in één bed. “Dat was best gezellig.” Iedere ochtend voor het ontbijt helpt hij al als driejarige met zijn twee zussen en broer mee op de boerderij. “We hielpen dorsen op het land, sprokkelden brandhout en mochten mee met de koeien.”  Hij fluit vrolijk het deuntje waarmee hij de koeien begeleidde. “Een stok was niet nodig, zo lopen ze ook gewoon mee.” Pas als hij acht jaar is leert hij schrijven tijdens Koranles en krijgt hij Engelse les en rekenen bij iemand thuis.  Zijn ouders hopen zo hun kinderen een goede basis mee te geven voor als het ooit beter gaat in Somalië. “Mijn zussen, broer en ik beseften dat school heel belangrijk was, dat het een kans op een beter leven zou kunnen betekenen. We wilden enorm graag leren.”

Haile Gebrselassi

Hij voetbalt vaak met jongens uit de buurt. “Daar was ik niet goed in,” lacht hij. “Op een dag deden we een wedstrijd. Diegene die het snelste tien rondjes rond het veld rende, kreeg de prijs. Na negen rondjes, zei ik dat ik er tien had gelopen. Ze geloofden mij en jubelden dat ik net zo snel was als mijn achterneef Abdi Bile. Hij is de enige Somalische wereldkampioen op de 1500 meter.”  De zeventienjarige Mohamed wordt verliefd op hardlopen. Op straat koopt hij tweedehands spikes. “In een versleten hardloopboekje had ik deze gezien. Daaruit had ik plaatjes gescheurd en op de deur gehangen. Ik had geen idee dat je met spikes op een atletiekbaan moest lopen en liep er heel trots mee, pam-pam-pam, over het asfalt.” De spikes liggen ’s nachts naast zijn bed. “Ik kon nooit wachten tot het licht werd en ik weer kon gaan hardlopen.” Tientallen keren kijkt hij met zijn vrienden de film over de legendarische langeafstandloper Haile Gebrselassi. “Dat was toen mijn held en echt een voorbeeld voor ons. Hij inspireerde me te geloven dat ik als hardloper een beter leven kon krijgen.”

Mohamed beleeft in Somalië ook levensgevaarlijke situaties. Lees verder

Elaige Camara: student, vader en Nederlands kampioen

29 Apr

NK BOKSEN 2015 152AElaige Camara, NK Boksen zwaargewicht nummer 1, is vorig jaar gestart met de niveau 3-opleiding Commercieel Medewerker Sport op het Johan Cruyff College Nijmegen. Een student met een bijzonder en heftig verhaal.

‘Straatvechter’, zo werd hij onlangs in De Gelderlander genoemd. Daar is de student en sporter uit de Nijmeegse wijk Bottendaal het niet mee eens. “Ik heb in mijn hele leven één keer op straat gevochten.” Met zijn armen gekruist: “ Maar het maakt mij eigenlijk niet uit hoe ze me noemen. Ik weet zelf wie ik wel ben.” Dat hij een aantal jaren geleden wel op het verkeerde pad raakte, daar heeft hij zeker spijt van. “Ik heb een verkeerde keuze gemaakt en heb me mee laten slepen door een ander. Dat is stom geweest. Gewoon zonde.” Lees verder